Taalgebruik thuis

Language use at home

This chapter is going to describe how the Dutch language is used at home by Belgian, Dutch and Surinamese people. Language use at home can be split up into how these people speak with each other and how parents talk to their children. In the case of the Netherlands and Belgium (Flanders), it is particularly interesting to compare the use of regional varieties, dialects, tussentaal (in-between-language) or the standard. The data below originates from Taalpeil 2009 and De grote taalpeiling (2013). When we have a look at Suriname, the focus of interest shifts to the relation between the various mother tongues that the people there speak. The data below originates from Taalpeil 2011.

Farid (video) is a Surinamese student. At home, his parents spoke Sarnami with each other but they used Dutch when addressing their children.

VOCABULARY
By now you should know how people from the Netherlands, Belgium and Suriname use the Dutch language when talking to their families. Would you like to talk about your family or other relations but are short of the appropriate vocabulary to do so? Here's some vocabulary regarding relations and family to help you out.

In dit hoofdstuk beschrijven we het taalgebruik thuis. Dat valt uiteen in het taalgebruik van ouders met elkaar en dat van ouders met hun kinderen. Voor Nederland en België (Vlaanderen) is het interessant om het gebruik van regionale taal of dialect, tussentaal en standaardtaal te vergelijken. De cijfers hieronder komen uit Taalpeil 2009 en de grote taalpeiling (2013). Voor Suriname, een meertalig land, gaat het eerder om de relatie tussen verschillende moedertalen. De cijfers hieronder komen uit Taalpeil 2011.

Farid (video) is een Surinaamse student. Zijn ouders spraken thuis Sarnami met elkaar, maar Nederlands met de kinderen.

 

 

Nederland

  • Van de Nederlandse ouders zegt de meerderheid, 59%, standaardtaal of omgangstaal met elkaar te spreken. 64% spreekt standaard- of omgangstaal met de kinderen.
  • 38% van de Nederlandse ouders gebruikt regionale taal of dialect. Slechts 34% gebruikt regionale taal of dialect in de communicatie met hun kinderen. Deze cijfers laten zien dat streektaal in Nederland weinig aan de kinderen wordt doorgegeven.

België (Vlaanderen)

  • In 80% van de Vlaamse gezinnen wordt Tussentaal gebruikt. 78% van de Vlamingen zegt met zijn of haar partner in de gij-vorm te praten. Ook met vrienden spreekt driekwart van de ondervraagde Vlamingen meestal of zelfs altijd Tussentaal.
  • Het gebruik van dialect in het gezin neemt daarentegen af. Vlamingen zeggen vaker dialect te praten met hun ouders (65%) dan met hun eigen kinderen (40%). In totaal praat vandaag ongeveer twee derde van de Vlamingen vaak tot altijd dialect met ouders en partner. En 57% praat vaak tot altijd dialect met vrienden.
  • Standaardtaal wordt door Vlamingen thuis weinig gebruikt. Een reden kan zijn dat men zich er niet zo mee op zijn gemak voelt. 51% van de ondervraagden vindt het namelijk moeilijker om met iemand familiair te zijn in de standaardtaal dan bijvoorbeeld in dialect.

Suriname

  • Uit een kleinere enquête van de Taalunie bij ongeveer 130 Surinamers in Paramaribo kwam naar voren dat zij thuis gemiddeld 2,4 talen gebruiken. Bijna de helft van de ondervraagden gebruikt thuis twee talen. 35% gebruikt zelfs drie talen en 8% van de ondervraagden spreekt maar liefst vier of meer talen thuis. Het Nederlands is de meest gebruikte taal, gevolgd door het Sranantongo. Andere talen die de respondenten thuis gebruiken zijn onder andere Sarnami, Aukaans, Engels en Javaans (zie Talen in Suriname).
  • In 2004 werd er een officiële telling uitgevoerd waaruit bleek dat in 80% van de huishoudens meer dan één taal wordt gebruikt. Het Nederlands was in 2004 de meest gesproken thuistaal. Het Sranantongo was de belangrijkste tweede taal in Surinaamse huishoudens, gevolgd door het Nederlands. Als de cijfers worden samengenomen, blijken het Nederlands in meer dan 70% en het Sranantongo in 46% van de huishoudens te worden gesproken als eerste of tweede taal.
  • De meerderheid van de Surinamers vindt het belangrijk dat ouders hun kinderen meertalig opvoeden.

WOORDENSCHAT

Je weet nu welke vorm van het Nederlands mensen in Nederland, België en Suriname gebruiken voor gesprekken in het gezin. Wil je nu zelf praten over familie of over relaties en ben je op zoek naar woordenschat bij deze onderwerpen? Bekijk dan de pagina met woordenschat over relaties en familie.