Woordenschat: studeren

Op deze pagina leer je woordenschat kennen die te maken heeft met studeren aan de universiteit. Studenten hebben een eigen vorm van het Nederlands, een studententaal, met speciale woorden die alleen studenten begrijpen. Omdat het hoger onderwijs in Nederland en België (Vlaanderen) anders georganiseerd is, heeft ieder land zijn eigen 'studententaal'. Vóór de invoering van het bachelor-mastersysteem waren er nog veel grotere verschillen tussen het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen dan nu. De oude termen die daarbij hoorden worden nu nog vaak gebruikt.

Josta Vaseur (video) is een gepensioneerde lerares Nederlands van Surinaamse afkomst. Haar generatie moest naar Nederland om verder te studeren. Tegenwoordig zijn er heel wat studiemogelijkheden in Suriname.

Oudere studieprogramma's in Nederland en Vlaanderen

 

  • In Nederland is het behalen van de propedeuse, het slagen voor de inleidende vakken (de eerste 60 studiepunten), een voorwaarde om verder te mogen studeren. Vroeger behaalde je door het slagen voor je doctoraalexamen de graad van doctorandus, wat vandaag gelijkstaat met master. In principe ben je dan klaar om tot de promotie toegelaten te worden. In Vlaanderen duidt de naam doctorandus al het volgende stadium aan, namelijk iemand die actief bezig is met zijn of haar promotie of doctoraat. In Nederland is dat een promovendus of een aio (assistent in opleiding) als die persoon werknemer is bij de universiteit. In Nederland gaat de eigenlijke promotie gepaard met een hele ceremonie. De hoogleraren dragen een toga en de promovendus wordt door twee zogenaamde paranimfen bijgestaan. Lees er meer over op Wikipedia. In het filmpje hiernaast kun je een Nederlandse promotieplechtigheid bekijken.
  • In Vlaanderen was de laagste academische graad die je kon behalen die van kandidaat. Daarna kon je het licentiaat (lic.) behalen, dat ongeveer met de huidige graad van master overeenkomt. Voor de opleiding van leraren bestond de speciale benaming regentaat. Die titels worden nu niet meer uitgereikt, maar personen die in het oude systeem afgestudeerd zijn, blijven ze dragen. Andere Vlaamse academische graden zijn die van handelsingenieur (bedrijfseconoom) of burgerlijk ingenieur. De studierichting 'Politieke en sociale wetenschappen' is een hele mond vol en wordt in informeel taalgebruik vaak afgekort tot pol en soc; 'Toegepaste economische wetenschappen' wordt TEW.

Studeren in Nederland en Vlaanderen vandaag

  • In Vlaanderen wordt het eerste jaar van de bacheloropleiding aangeduid als 1e bach. Van Vlaamse studenten die hard zitten te leren wordt gezegd dat ze aan het blokken zijn. De blok, de periode waarin studenten zich op de examens voorbereiden, duurt meerdere weken en is een zware periode. Als je niet slaagt voor een examen, ben je, informeel uitgedrukt, gebuisd, ook wel geflest genoemd. Wie de eerste keer niet geslaagd is, moet herexamens afleggen, informeel gezegd: deze personen hebben tweede zit. Na de tweede zittijd is er nog een korte vakantie. Dan begint het academiejaar weer.
  • In Nederland wordt er een onderscheid gemaakt tussen alfavakken (= geesteswetenschappen, bv. geschiedenis, talen), bètavakken (= exacte wetenschappen, bv. biologie, wiskunde) en gammavakken (= sociale wetenschappen, bv. pedagogiek, communicatiewetenschap). In Nederland moeten studenten natuurlijk ook tentamens afleggen. Dit zijn voorlopige toetsmomenten. Als je niet slaagt, ben je gezakt of gesjeesd. Je kunt dan een herkansing (of hertentamen) maken. Het examen is in Nederland het laatste toetsmoment. 

Waar wonen studenten?

  • In Vlaanderen wordt een jaarcursus aangeduid met de naam academiejaar, in Nederland en Suriname academisch jaar genoemd. Tijdens het academiejaar wonen Vlaamse studenten meestal op kot: ze huren een kamer bij een kotbaas. Studenten die niet meer bij hun ouders wonen, worden kotstudenten genoemd. Ze hebben ook de mogelijkheid om in een peda te wonen, ook studentenhome genoemd.
  • In Nederland wonen studenten op kamers of in een studentenhuis. Goedkoop eten kunnen ze in de mensa, net zoals ook Vlaamse studenten in het studenten- of universiteitsrestaurant terechtkunnen (in de stad Leuven eten studenten in de alma).

Colleges volgen

 

In Vlaanderen wordt gesproken van springuren als studenten één of meer uren vrij hebben tussen twee colleges. De algemene benaming is tussenuren. Van studenten die helemaal niet naar het college gaan, terwijl er wel een aanwezigheidsplicht geldt, wordt gezegd dat ze de colleges verzuimen of spijbelen (Nederland); in Vlaanderen wordt dit informeel brossen genoemd. Wie van die praktijk een gewoonte maakt, is een brosser. Hoe gaat een eerstejaarscollege aan een Vlaamse universiteit eraan toe? Bekijk hiernaast een filmpje van een les filosofie op bachelorniveau aan de Hogeschool-Universiteit Brussel.

Het (echte) studentenleven - met luisterfragmenten

  • In Vlaanderen bestaat er een traditie van studentenclubs. Je moet je bij de meeste clubs laten dopen voor je als lid van de club toegelaten wordt. Een studentendoop gaat gepaard met allerlei vernederende en sadistische rituelen die de eerstejaarsstudenten of schachten moeten ondergaan, zoals je ziet in deze YouTube-video. Binnen de club kun je functies uitoefenen die met Latijnse namen worden aangeduid, zoals praeses (voorzitter) en quaestor (penningmeester). Uitgaan hoort natuurlijk ook bij het studentenleven. Een dansfeest of party wordt in Vlaanderen vaak aangeduid met de naam fuif of de afkorting t.d. (naar het Franse thé dansant).
    LUISTERFRAGMENT: Tony vertelt over zijn studentenleven in Gent en in Griekenland.
     
  • Ook in Nederland zijn er studentenverenigingen. De eerstejaarsstudenten worden opgenomen in jaarclubs of disputen. Aan het begin vindt er een kennismakingstijd of introductietijd plaats, maar bij bepaalde clubs is er ook een ontgroening. Nederlandse studenten die alleen nog maar bezig zijn met hun studentenvereniging, worden dichtgetikt genoemd.
    LUISTERFRAGMENT: Kirsten vertelt over haar studententijd in Amsterdam.

Nog meer lezen?