Jij, u of gij? Nederlandse aanspreekvormen

Als je in het Engels met iemand praat, kun je altijd you gebruiken. Het Nederlands kent verschillende aanspreekvormen: jij, u en gij. Er bestaat van jij en gij ook een doffe vorm: je en ge. Meestal wordt die doffe vorm gebruikt (Hoe oud ben je? Hoe oud ben je?) en is de volle vooral bij extra nadruk gebruikelijk (Wat doe jij eigenlijk? Wat doe jij eigenlijk?).
Voor het object zijn er aparte vormen: bij jij/je hoort jou/je (bv. Jou heb ik lang niet gezien! Jou heb ik lang niet gezien!) en bij gij en u hoort u
(bv. Mevrouw, mogen we u wat vragen? Mevrouw, mogen we u wat vragen?).

In de les Nederlands leer je dat je in bepaalde gevallen u gebruikt (= vousvoyeren) en in andere jij/je (= tutoyeren). Het is algemeen bekend dat in België de aanspreekvorm gij/ge voorkomt. In het Nederlands moet je dus steeds kiezen tussen die verschillende aanspreekvormen. Het hangt af van de persoon met wie je spreekt, welke relatie jullie met elkaar hebben en in welke situatie jullie je bevinden. Collega's op de werkvloer zeggen misschien wel je tegen elkaar, maar u tegen de klanten of tegen hun baas.

Joost vertelt in dit luisterfragment in welke situaties Nederlanders u gebruiken: LUISTERFRAGMENT

Het lijkt erop dat er in Suriname meer u wordt gebruikt dan in Nederland, maar minder dan in België. Jessica (video) is een Belgische stagiaire in Suriname. Ze heeft de indruk dat Belgen vaker u zeggen dan Surinamers. Surinamers voelen zich sneller 'oud' als ze met u worden aangesproken.

 

 

Hieronder vind je een paar kenmerken van de aanspreekvormen in het Nederlands in Nederland en België (Vlaanderen). Interessant voor bijvoorbeeld Duitstaligen is overigens dat tutoyeren niet automatisch wederzijds hoeft te zijn. In het Nederlands kan een docent perfect je tegen een student zeggen, terwijl de student met u antwoordt. Merk op dat we op deze website overal je gebruiken om de tekst en oefeningen voor een gevarieerd doelpubliek toegankelijk te maken.

Nederland

  • De vorm je wordt in principe geassocieerd met de kenmerken 'informeel', 'vertrouwelijk' en 'solidair'.
  • Nederlanders die u zeggen, drukken uit dat ze afstand willen bewaren ten opzichte van de gesprekspartner. Het gebruik van u kan ook een verschil in sociale status tussen de gesprekspartners aanduiden. Verder is u gebruikelijk als het gesprek of het samenzijn een formeel karakter heeft. U wordt altijd gebruikt bij zakelijkheid. Ook wordt in de schrijftaal sneller voor u gekozen dan in de spreektaal, die over het algemeen wat informeler is.
  • Er zijn wel verschillen tussen oudere en jongere generaties Nederlanders. Oudere generaties hebben meestal geleerd dat u de enige beleefdheidsvorm is. Voor jongere Nederlanders zijn er geen duidelijke regels meer. Zij vinden dat bij beleefdheid ook je gezegd kan worden. Dat kan aanleiding geven tot discussies doordat oudere mensen het je-gebruik van de jongeren onbeleefd en ongepast vinden.
  • Soms zijn Nederlanders zelf onzeker over het gebruik van je of u. Ze vragen dan wel eens aan iemand: ‘Mag ik u tutoyeren?’ of ‘Mag ik jij zeggen?’. De gesprekspartner kan dat als een belediging beschouwen als hij/zij een statusverschil voelt. Daaraan moet toegevoegd worden dat de vorm je in het Nederlands onpersoonlijk gebruikt kan worden, zoals men, bv. vroeger had je nog geen computers. Dat is ook een handige vorm om een directe aanspreekvorm te vermijden. Als bijvoorbeeld iemand de weg naar het museum vraagt, kan hij/zij als antwoord krijgen: je gaat hier rechts en dan zie je het museum aan je linkerhand. Hij/zij kan hier zelf bepalen of hij/zij op dat moment door de gesprekspartner getutoyeerd wordt óf dat het gaat om een onpersoonlijk je (= men). Nederlanders gebruiken ook wel eens de meervoudsvorm jullie om direct tutoyeren te ontwijken, bijvoorbeeld door aan iemand uit dezelfde buurt te vragen: Hebben jullie al vakantie? In een dergelijke context is jullie een neutrale en indirecte aanspreekvorm.
  • In Nederland wordt gij/ge niet in de standaardtaal gebruikt. Het is een zeer formele aanspreekvorm die geassocieerd wordt met de Bijbel. Wel komt ge voor in dialecten beneden de Moerdijk, bijvoorbeeld in Noord-Brabant. De objectvorm van ge is u of oe (bv. Ik heb u gisteren gezien). In Limburgs dialect wordt de aanspreekvorm geer of ger gebruikt in plaats van u of jullie.

Meer lezen?

  • Het proefschrift van Hanny Vermaas leert je alles over de Nederlandse aanspreekvormen. Zij heeft het gebruik van de aanspreekvormen onderzocht door middel van een enquête bij 1500 informanten. Ze vroeg naar het u- of jij-gebruik in herkenbare relaties en situaties. [1]
  • Hanny Vermaas heeft in 2004 ook een populair-wetenschappelijk gidsje op basis van haar onderzoeksuitkomsten gepubliceerd: Mag ik u tutoyeren? Aanspreekvormen in Nederland [2].
  • Het artikel U of jij, wat moet je nou? op Kennislink geeft ook een goed overzicht. Zo ook het artikel Steeds minder mensen zeggen 'u' bij Taalschrift.
  • Artikel over het gebruik van u of jij in klantcommunicatie.

België (Vlaanderen)

  • In België is het gebruik van je en u niet helemaal hetzelfde als in Nederland. Dat komt omdat er in België in de spreektaal veel gebruik wordt gemaakt van ge/gij. Veel Belgen spreken van huis uit dialect of een regionale variëteit en in de meeste dialecten (behalve het West-Vlaams) bestaat de vorm je/jij niet. In hun eigen, dagelijkse omgangstaal is ge dus de natuurlijke aanspreekvorm. Maar ook daarbuiten impliceert de aanspreekvorm ge voor de meerderheid van de Nederlandstalige Belgen 'bekendheid', 'vertrouwelijkheid' en 'solidariteit', terwijl je voor veel Belgen afstand en afwezigheid van solidariteit impliceert. Ge kan tot slot een uitdrukking zijn van de 'Vlaamse' identiteit: het gebruik van je vinden veel mensen te ‘Hollands’, ge is veel meer eigen.
  • Er is wat aanspreekvormen betreft een groot verschil tussen standaardtalig taalgebruik en de dagelijkse omgangstaal. Belgen weten dat in de standaardtaal geen gij wordt gebruikt, maar jij en u. Ze kennen het jij/u-systeem en ze kunnen/willen het in principe toepassen. Soms doen ze dat wel anders dan de Nederlanders. Enkele voorbeelden: Belgen zeggen in een formeel gesprek ook wel eens u tegen jongeren, wat Nederlanders eigenlijk niet doen. Het gebeurt verder wel eens dat een minister in een talkshow op de Vlaamse tv met je wordt aangesproken, terwijl dan in Nederland u gebruikelijk is.
  • Voor veel Nederlanders, vooral van boven de Moerdijk, lijken Belgen beleefd en plechtig omdat ze de indruk hebben dat Belgen in de dagelijkse omgangstaal de hele tijd u tegen elkaar zeggen. Dat is vooral te verklaren door het feit dat u ook de objectsvorm is van ge (bv. Anneke, telefoon voor u! Anneke, telefoon voor u!).
    Het gebruik van ge als aanspreekvorm komt voor Nederlanders boven de Moerdijk erg plechtig over, terwijl dat in het dialect helemaal niet het geval is. Voor Nederlandse dialectsprekers beneden de Moerdijk, bijvoorbeeld in Noord-Brabant, is het gebruik van de aanspreekvorm ge vertrouwd.
  • Let op: in de spreektaal wordt in plaats van ge in bepaalde (fonetische) contexten de gebruikt; het verschijnt dan direct achter het werkwoord. Vergelijk: Waar hebt ge pijn? Waar hebt ge pijn? = Waar hebde zeer? Waar hebde zeer?
  • Verder valt nog op te merken dat Belgen ge nooit in (formelere) schrijftaal gebruiken, maar alleen in heel informele e-mails, op internetfora of in sms’jes.

Meer lezen?

  • Kijk naar de sectie over Vlaanderen in het artikel U of jij, wat moet je nou? op Kennislink.
  • Eén van de taalkundigen die onderzoek heeft gedaan naar de aanspreekvormen in Vlaanderen is Vandekerckhove (2005) [3].
  • Bekijk eens deze opiniepagina over het Belgische ge.

Referenties