Welke officiële taal voor Suriname?

Sinds Suriname is toegetreden tot de Nederlandse Taalunie is de prominente rol van het Nederlands officieel bevestigd. De toetreding laat zien dat de Surinaamse taalpolitiek zich naar die in Nederland en België richt. Sommigen staan daar kritisch tegenover en zijn van mening dat Suriname het taalbeleid op zichzelf moet oriënteren, rekening houdend met de andere talen die er gesproken worden. Dat werd onder meer duidelijk naar aanleiding van het congres in Paramaribo in 2005 ter ere van de toetreding. De toetreding van Suriname tot de Taalunie wordt dus niet door iedereen ondersteund. Sommigen vinden dat het Sranantongo of het Engels de plek van het Nederlands zou moeten gaan innemen. (Literatuur over dit onderwerp: Brandon, Kroon & Kurvers 2007  [1], Kroon & Kurvers 2009 [2])

Farid (video) is een Surinaamse student. Hij vindt de toetreding van Suriname tot de Taalunie een positieve zaak.

Steunen Surinamers de toetreding tot de Nederlandse Taalunie?

Ruth Brandon heeft voor haar scriptie in 2006 [3] in totaal 315 Surinamers ondervraagd. Bij het onderzoek werden niet alleen inwoners van Suriname betrokken maar ook Surinamers die in Nederland verblijven. Brandon heeft een schriftelijke vragenlijst afgenomen met een veertigtal stellingen. De respondenten zijn het erover eens dat het Nederlands deel uitmaakt van de Surinaamse identiteit. Ze vinden dat het Nederlands de officiële taal van Suriname moet blijven. Surinamers in Nederland geven daarvoor vooral de historische banden met Nederland als reden aan. De ondervraagden zijn van mening dat het Nederlands als de belangrijkste instructietaal van het onderwijs in Suriname behouden moet worden. Zij staan positief tegenover de toetreding van Suriname tot de Nederlandse Taalunie, alhoewel Surinamers in Nederland daar iets kritischer over denken. Bekijk op de website van de Taalunie een verslag van onderzoek naar de opvattingen over Nederlands en andere talen als instructietaal voor het onderwijs in Suriname en op Aruba.

Engels als officiële taal?

Suriname is lid van de Caricom (de Engelstalige Carribean Community and Common Market; zie foto). Daarom achten bepaalde politici het veel zinvoller om het Engels tot officiële taal van het land te maken (eventueel als tweede officiële taal naast het Nederlands) (voor details, zie Brandon, Kroon & Kurvers 2007 [1]). Ruth Brandon heeft voor haar scriptieonderzoek in 2006 [3] deze opvatting voorgelegd aan 315 Surinamers. Ondanks hun positieve houding ten opzichte van het Nederlands zijn de Surinamers van mening dat voor de sociaal-economische ontwikkeling van hun land het Engels goed beheerst moet worden, vooral omdat Suriname lid is van de Caricom. Inwoners van Suriname hechten duidelijk meer belang aan het Engels dan Surinamers die in Nederland wonen en vrezen zelfs dat het Nederlands een belemmering kan betekenen voor het optreden van Suriname in het Engelstalige Caribische gebied. Zowel de Surinamers in Suriname als die in Nederland geven toe dat een tweede officiële taal naast het Nederlands wenselijk is. Hun voorkeur gaat uit naar het Engels. Het aantal Surinamers dat de voorkeur geeft aan Sranantongo als mogelijke tweede officiële taal is klein. Opvallend genoeg zijn dat vooral Surinamers uit Nederland.

Sranantongo als officiële taal?

Wim Noordegraaf was in 1995 [4] nog van mening dat het Sranantongo weinig kans zou maken om officiële taal te worden in Suriname op grond van de onderlinge wedijver tussen verschillende bevolkingsgroepen. Het invoeren van het Sranantongo zou namelijk worden gezien als een bevestiging van de overheersing van de creoolse cultuur. De bevolkingsgroep van de Hindoestanen, die het Sarnami als moedertaal heeft, wil best in de winkel of op straat Sranantongo spreken, maar zou volgens Noordegraaf niet bereid zijn om het als landstaal te aanvaarden. Dat zouden zij als een miskenning van hun bevolkingsgroep opvatten. Het Nederlands beschouwen ze daarentegen als neutraal. Maar de tijden veranderen. Vandaag is het Sranantongo sterk in opmars bij alle bevolkingsgroepen. Het is wijd verbreid als omgangstaal in Suriname en wordt als communicatiemiddel tussen de verschillende etnische groepen gebruikt. Het heeft een belangrijke rol in het dagelijks leven en daar speelt de overheid bv. ook op in met haar campagnes (zie foto: 'taki na basi' is Sranan voor 'praten is de baas' bij een campagne tegen huiselijk geweld).


Referenties