Nederlandse standaardtaal in Nederland

De standaardtaal in Nederland is de gemeenschappelijke variëteit die in principe iedereen kan verstaan, lezen en schrijven. Oudere benamingen zijn 'ABN' (Algemeen Beschaafd Nederlands) of 'AN' (Algemeen Nederlands). De geschreven Nederlandse standaardtaal werd al in de zeventiende eeuw ontwikkeld. In Nederland bleef de standaardtaal, vooral de gesproken versie, zich steeds verder ontwikkelen en aanpassen. Haar functies vandaag zijn niet meer dezelfde als vroeger. Het 'enige echte' gesproken Standaardnederlands bestaat eigenlijk niet. De standaardtaal wordt bv. in verschillende regio's en steden anders uitgesproken. Maar er is een duidelijke normgevende regio, namelijk de Randstad.

In Nederlandse kranten en tijdschriften wordt standaardtaal gebruikt. Rachim (video) is Surinamer. Hij vindt de geschreven taal in Nederlandse magazines vlot, gemakkelijk en direct. In Suriname is het geschreven Nederlands moeilijker en veel minder vlot.

Wat is standaardtaal?

De standaardtaal is de gemeenschappelijke variëteit voor het hele land die in principe iedereen kan verstaan, lezen en schrijven. Er bestaan woordenboeken zoals Van Dale waarin de woorden van de Nederlandse standaardtaal opgenomen zijn. Haar grammatica wordt in grammaticaboeken zoals de Algemene Nederlandse Spraakkunst beschreven. Taalgebruikers raadplegen de woordenboeken en grammaticaboeken om te bepalen of een woord of zin correct algemeen Nederlands is. De standaardtaal wordt bepaald door een normgevende regio. Voor de standaardtaal in Nederland is dat de Randstad. Maar van de standaardtaal, met name van de gesproken vorm, bestaan er veel verschillende versies. Zo wordt de standaardtaal op verschillende plaatsen in Nederland met verschillende accenten uitgesproken. Bijvoorbeeld spreekt iemand uit het zuiden van Nederland de standaardtaal uit met een zogenaamde 'zachte g' (zie uitspraakverschijnselen) terwijl iemand uit de Randstad een 'harde g' gebruikt.

Geschiedenis van de standaardtaal

In de zeventiende eeuw richtten zeven provincies in de Lage Landen samen een zelfstandige republiek op. De republiek had Holland als centrum en het calvinisme als staatsgodsdienst (hoewel er een katholieke minderheid bleef bestaan). De zeventiende eeuw was een bloeiperiode op het gebied van economie, welvaart en kunst. In die tijd werd de basis gelegd voor een gemeenschappelijke schrijftaal. Er kwam een proces van standaardisering op gang waarbij vanuit de middeleeuwse toestand van variatie (iedere regio schreef zijn eigen dialect) een gemeenschappelijke geschreven variëteit werd ontwikkeld. Bij de ontwikkeling van de Nederlandse standaardtaal speelde de Statenbijbel een belangrijke rol. Maar ook grote schrijvers zoals Vondel hebben de vorm van de geschreven standaardtaal mee bepaald. De basis van de geschreven Nederlandse standaardtaal vormt het Hollands, de variëteit van het centrum van de republiek. Holland had de sterkste economische en culturele uitstraling. Maar er zijn ook zuidelijke elementen in de standaardtaal terechtgekomen. In de twintigste eeuw werd mondelinge communicatie belangrijker en kwam er ook een gesproken standaardtaal tot ontwikkeling. Ook hier vormde de Hollandse uitspraak het uitgangspunt.

  • Meer lezen? Op Neon vind je informatie over de ontstaansgeschiedenis van de Nederlandse standaardtaal.

Functies van de standaardtaal

De rol van de gesproken standaardtaal in Nederland was vroeger anders dan vandaag. De standaardtaal was lang een absolute prestigevariëteit. Ze had een voorbeeldfunctie, ze was een teken van beschaving. Je moest de standaardtaal goed beheersen als je vooruit wou komen op de sociale ladder. Daar is in de tweede helft van de twintigste eeuw verandering in gekomen. Standaardtaal en succes zijn sindsdien niet meer zo sterk met elkaar verbonden. De veranderde rol van de standaardtaal is gerelateerd aan maatschappelijke ontwikkelingen en verschuivingen. Taalkundigen wijzen erop dat de samenleving na de tweede wereldoorlog grondig veranderd is. Er wordt veel gereisd, de grenzen zijn opengegaan, er is een steeds sterker wordende communicatiestroom en een toenemende rol van de media. Er is veel minder hiërarchie in de samenleving en mensen, zelfs degenen die elkaar niet kennen, gaan veel informeler met elkaar om dan vroeger. De burgerlijke deftigheid is weggevallen en de communicatie is directer geworden. De standaardtaal wordt vandaag niet meer gezien als een systeem dat je moet volgen of overnemen. Met andere woorden, “het Nederlands staat niet langer als een huis, het is één van de mogelijkheden geworden”, constateert prof. Cuvelier van de Universiteit Antwerpen (Van stevig huis tot vlotte jas: Onze taal aan het eind van de twintigste eeuw, 1999 [1]). Taal is een jas, “Je trekt ze aan als ze lekker zit, maar even makkelijk gaat ze uit, en trek je wat anders aan, afhankelijk van de gelegenheid of de behoefte.” Met die jas kun je je identiteit uitdrukken, je sociale positie en je ambities laten zien.

  • De standaardtaal wordt in Nederland vandaag onder andere gebruikt in de geschreven pers en in nieuwsuitzendingen op tv. Kijk in de module Situaties voor meer informatie.

De standaardtaal verandert

De standaardtaal in Nederland heeft sinds de jaren zestig van de twintigste eeuw belangrijke veranderingen ondergaan, ook wat taalkenmerken betreft. De veranderingen worden onder de noemer ‘toenemende tolerantie’ samengevat. Nederlanders zijn steeds toleranter ten opzichte van variatie in de standaardtaal. Dat blijkt een verschijnsel te zijn dat tamelijk algemeen is in de Europese standaardtalen (Deumert & Vandenbussche 2003 genoemd in Grondelaers & Van Hout 2012 [2]). De volgende fenomenen passen daarbij:

  • Er dringen steeds meer ‘substandaard’ elementen de standaardtaal binnen. Het gaat niet alleen om woordenschat maar ook om uitspraak en grammatica. Een voorbeeld is wat als betrekkelijk voornaamwoord in plaats van dat.
  • Er komen steeds meer Engelse woorden in de taal terecht (en niet alleen benamingen voor nieuwe verschijnselen of voorwerpen).
  • Er is een toename van informeel taalgebruik. Iedereen wordt bijvoorbeeld begroet met ‘hallo’, terwijl het deftige ‘dag mevrouw/meneer’ bijna niet meer gebruikt wordt.
  • Er groeit een soort onverschilligheid ten opzichte van een correcte uitspraak en woordkeus.

Referenties

  1. Cuvelier, Pol. 1999. Van Stevig Huis Tot Vlotte Jas. Onze Taal Aan Het Eind Van De Twintigste Eeuw. Streven, Cultureel Maatschappelijk Maandblad 66:2. Streven, Cultureel Maatschappelijk Maandblad: 139-151.
  2. Grondelaers, Stefan, en Roeland van Hout. 2012. Where Is Dutch (Really) Heading? The Classroom Consequences Of Destandardization.. Dutch Journal Of Applied Linguistics 1:1. Dutch Journal Of Applied Linguistics: 41-58.