Begrippen

This page in English

In dit onderdeel worden belangrijke begrippen rond het onderwerp 'taalvariatie' verklaard en wordt er theoretische achtergrond gegeven. Kies een begrip uit de lijst hieronder of uit het menu bovenaan.

Rachim (video) vindt dat Surinaamse kranten vaak moeilijke woorden gebruiken.

  • Pluricentrische taal: Het Nederlands is verschillend in Nederland, België en Suriname. Hoe kunnen we daar mee omgaan? Wat is 'pluricentriciteit'? Welke consequenties heeft een pluricentrische opvatting van taal?
  • Taalvariatie: Het Nederlands verschijnt in veel vormen: gesproken in het tv-journaal, geschreven in sms-jes,... Wat is taalvariatie? Welke verschillende verschijningsvormen van taal, oftewel 'variëteiten', bestaan er? Hoe onderscheid je een 'variëteit' van een 'taal'?
  • Standaardtaal: Op school of in de les leer je geen dialect of sms-taal, maar je leert Algemeen Nederlands. Waarom is dat zo? Waarin verschilt de standaardtaal van al die andere soorten Nederlands?
  • Dialect: Limburgs, Oost-Vlaams, Amsterdams: het zijn voorbeelden van dialecten. Ze worden alleen gebruikt in  een klein deel van het Nederlandse taalgebied. Wat is eigenlijk het verschil tussen een taal en een dialect? En wat is dan een streektaal?
  • Sociolect of groepstaal is de code die gebruikt wordt door een bepaalde sociale groep. Zo gebruiken jongeren vaak een soort geheimtaal die hun ouders en leerkrachten niet begrijpen. Welke andere soorten groepstalen bestaan er? Wat is typisch voor deze groepstalen?
  • Stijlregister:De burgemeester hanteert een andere stijl in een officiële toespraak dan thuis met familieleden. Welke verschillende registers bestaan er? Hoe kun je er gebruik van maken?
  • Taal en identiteit: Jongeren die graag naar hiphop luisteren, drukken dat uit door zich op een bepaalde manier te kleden. In hiphopkringen wordt meestal geen gebruik van Algemeen Nederlands gemaakt, maar er hoort een specifiek taalgebruik bij. Wat is identiteit precies en welke rol speelt taal daarbij?
  • Taalattitude: Mooi, plat of gezellig: welke houdingen of waarderingen kunnen mensen ten opzichte van een taal of variëteit hebben? Hoe worden attitudes wetenschappelijk onderzocht en wat leren we daaruit?
  • Variëteiten verstaan: Wat is het verschil tussen luisteren en verstaan? Wat betekent het om taal te verstaan? Welke problemen kunnen er optreden?