Taalkenmerken

Linguistic Features

In the chapter about the Dutch language area you have learned that people speak Dutch in the Netherlands, Belgium and Suriname but that their manner of speaking the language differs.

Farid (video) is a Surinamese student. Surinamese Dutch is his mother tongue. When he talks to Dutch or Belgian people, he adjusts his Dutch to theirs, for instance, by using words like eend instead of the Surinamese word doks.

What are the features of Dutch in the Netherlands, Belgium and Suriname? How do these people pronounce Dutch and what specific words do they use? Click on the link to find out more.

  • Linguistic features of Netherlandic-Dutch
  • Linguistic features of Belgian-Dutch
  • Linguistic features of the Flemish Tussentaal (in-between-language)
  • Linguistic features of Surinamese-Dutch

In de hoofdstukken over het Nederlandse taalgebied heb je geleerd dat mensen in Nederland, België en Suriname Nederlands spreken. Het Nederlands is in deze landen verschillend.

Farid (video) is een Surinaamse student. Zijn moedertaal is Surinaams-Nederlands. Als hij met Nederlanders of Belgen praat, past hij zijn taal aan. Hij zegt bijvoorbeeld eend in plaats van het Surinaamse woord doks.

Wat zijn de kenmerken van het Nederlands in Nederland, België en Suriname? Hoe spreken mensen het Nederlands uit en welke typische woorden gebruiken ze? Klik op de link.