Taalgebruik op de werkvloer

Language use at work

At work, there are different situations of communication, some are formal, some are informal. Formal situations include meetings, contact with clients or conversations between employees and employers. Conversations between colleagues during their break or on the corridor, after a meeting, are informal. In the Netherlands and Belgium (Flanders), different forms of Dutch are used in informal situations. The data below originates from Taalpeil 2009 and De grote taalpeiling (2013). In Suriname, Sranan Tongo is frequently spoken next to Dutch.

Jessica (video) is a Belgian student. During her placement at a Surinamese newspaper, she noticed that her colleagues switch between Dutch and Sranan Tongo when talking to each other.

VOCABULARY
By now you should know how Dutch, Belgian and Surinamese people use Dutch differently in formal and informal situations at work. The correct use of Dutch in formal and informal situations includes knowing how to use the right form of address. Do you know when it is appropriate to say u or jij? In the menu item about Dutch forms of address you can find out the answer.

Op de werkvloer bestaan er formele en informele situaties. Formele situaties zijn bijvoorbeeld vergaderingen, contacten met klanten of gesprekken van werknemers met de werkgever. Informele situaties zijn bijvoorbeeld gesprekken tussen collega's tijdens de lunch of gesprekken in de gang na een vergadering. In formele en informele situaties worden in Nederland en België (Vlaanderen) verschillende vormen van Nederlands gebruikt. De cijfers hieronder komen uit Taalpeil 2009 en De grote taalpeiling (2013). In Suriname wordt behalve Nederlands ook Sranantongo gebruikt.

Jessica (video) is een Belgische studente. Tijdens haar stage bij een Surinaamse krant stelde ze vast dat haar collega's soms Nederlands en soms Sranantongo gebruiken.

Nederland

  • In een enquête van de Taalunie uit 2009 zegt de meerderheid van de ondervraagden dat ze de Nederlandse standaardtaal of omgangstaal gebruiken in gesprekken met collega’s op het werk.
  • Slechts 16% van de Nederlanders zegt regionale taal of dialect te spreken met collega's.

Diandra (luisterfragment) werkt bij de provincie Limburg. Op het werk gebruiken ze meestal Nederlandse standaardtaal tijdens vergaderingen. In gesprek met een Limburgse collega praat Diandra altijd Limburgs dialect. LUISTERFRAGMENT transcriptie

België (Vlaanderen)

  • Uit een onderzoek in 2013 blijkt dat Tussentaal in Vlaanderen steeds vaker op het werk gesproken wordt. 60% van de Vlamingen zegt vaak of altijd Tussentaal te spreken met de collega's. Ze gebruiken de aanspreekvorm gij op het werk. Eén op drie Vlamingen praat vaak Tussentaal met de baas. Oudere Vlamingen vinden het gebruik van Tussentaal op het werk niet altijd acceptabel. In vergelijking met jongere Vlamingen (jonger dan 34) vinden 55-plussers het vaker storend als hun collega's geen standaardtaal spreken. 53% van de 55-plussers vindt dat zeker in vergaderingen standaardtaal gesproken moet worden. Maar 37% van de jongere Vlamingen deelt die mening.
  • Dialect wordt op het werk veel minder gesproken dan Tussentaal. 37% van de Vlamingen spreekt meestal dialect met collega's. Minder dan één op vijf van de Vlamingen praat meestal dialect met zijn baas.

Suriname

  • In principe wordt in Suriname verwacht dat men Nederlands spreekt in bedrijven, winkels, de bank en dergelijke. Op de redactie van een krant wordt bijvoorbeeld de taakverdeling in het Nederlands besproken.
  • Sranantongo is gebruikelijk in informele situaties zoals een persoonlijk gesprek onder collega's. Zodra een gesprek of discussie emotioneler wordt, schakelen Surinamers vaak over naar het Sranantongo (zie video hierboven).

WOORDENSCHAT

Je weet nu heel wat over verschillende vormen van het Nederlands tijdens formele én informele contexten op de werkvloer in Nederland, België en Suriname. Bij het onderscheid tussen formeel en informeel hoort een correct gebruik van de aanspreekvormen. Weet jij in welke contexten het gebruik van u gepast is, en wanneer jij kan worden gebruikt? Lees het in de achtergrondinformatie over Nederlandse aanspreekvormen.